Is de gewone grootoorvleermuis beschermd?
Ja. De gewone grootoorvleermuis staat op bijlage IV van de Europese Habitatrichtlijn en is in Nederland beschermd via artikel 11.46, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, dat onder de Omgevingswet valt. Je mag de dieren niet opzettelijk doden, vangen of verstoren. Hun verblijfplaatsen mag je niet beschadigen of vernielen, ook niet als ze op dat moment leeg zijn.
Is de grootoorvleermuis zeldzaam?
Nee, de soort is niet bedreigd. Op de Rode Lijst van Nederlandse zoogdieren staat hij sinds 2009 als thans niet bedreigd. Wel is de landelijke staat van instandhouding in 2013 en in 2018 beoordeeld als matig ongunstig. Bij die beoordeling tellen niet alleen de aantallen mee, maar ook de kwaliteit van het leefgebied en de vooruitzichten. Dat de soort zeldzaam lijkt, komt vooral doordat je hem zelden ziet. Hij vliegt pas uit als het helemaal donker is en is met een batdetector moeilijk te horen.


Wat betekent dit voor je project?
Sloop, renoveer of isoleer je een gebouw waar grootoorvleermuizen kunnen zitten, of kap je bomen met holtes, dan is ecologisch onderzoek verplicht. Dat begint met een quickscan. Is de soort daarna niet uit te sluiten, dan volgt nader onderzoek. Kun je een negatief effect niet voorkomen, dan heb je een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit nodig. Daarin staan de maatregelen om verblijfplaatsen te sparen of te vervangen.
Gemeenten krijgen hiermee te maken als opdrachtgever van renovaties en bij de beoordeling van bouwplannen. Bouwbedrijven moeten het onderzoek en de maatregelen inplannen. Vivara Pro verzorgt het verplichte ecologisch onderzoek via Advies & ontwerp. Op basis daarvan stellen we een faunainrichtingsplan op, waarin staat welke voorzieningen waar komen.
Kenmerken van de gewone grootoorvleermuis
Aan de oren herken je de soort meteen. Minder bekend is hoe hij leeft: dicht bij huis en verborgen in bos en gebouwen. Hij jaagt met zijn oren en ogen in plaats van met luide sonar.
Uiterlijk en afmetingen
De oren zijn breed en 3 tot 4 cm lang, ruim half zo lang als het lichaam. De rugvacht is geelbruin tot bruin en de buik grijs- tot geelwit, met een donkerbruine ondervacht. Daarom heet de soort ook wel bruine grootoorvleermuis. De snuit is roze tot bruin, de ogen zijn vrij groot en de vleugels zeer breed. In winterslaap vouwt het dier zijn oren onder de vleugels. Je ziet dan alleen nog de tragus, het lange, lichte oorklepje.
| Kenmerk | Waarde |
|---|---|
| Kop-romplengte | 42 tot 53 mm |
| Onderarmlengte | 35,5 tot 42,8 mm |
| Gewicht | 6 tot 9 g |
| Spanwijdte | 24 tot 28,5 cm |
| Lengte oren | 3 tot 4 cm |
De gewone grootoorvleermuis lijkt sterk op de grijze grootoorvleermuis (Plecotus austriacus). De gewone heeft een stompe snuit met een lichte, vleeskleurige huid, grote wratjes bij de ogen en een lichte tragus. De grijze heeft een langere, spitse snuit met een donkere huid, een grijze rugvacht en een grotendeels donkere tragus. Omdat de verschillen klein zijn, determineren onervaren waarnemers de soorten makkelijk verkeerd.
Leefgebied en verblijfplaatsen
De gewone grootoorvleermuis leeft in het bos, het liefst in loof- en gemengd bos. Hij jaagt ook langs bosranden, in tuinen en parken en bij losse bomen. Omdat hij zo wendbaar is, jaagt hij zelfs binnen, op zolders, in schuren en in stallen. Zijn jachtgebied ligt meestal dicht bij de verblijfplaats, hooguit zo’n 3 km verderop. Open gebied mijdt hij. Onderweg volgt hij bosranden, singels en houtwallen.
In de zomer gebruikt de soort allerlei verblijfplaatsen: zolders, ruimtes achter betimmering en daklijsten, spouwmuren, plekken onder dakpannen, holtes en spleten in bomen of nest- en vleermuiskasten. Een groep telt meestal 5 tot 25 dieren, soms tot 80. De dieren verdelen zich over een aantal verblijfplaatsen dicht bij elkaar en verhuizen vaak.
In de winter zitten ze vooral ondergronds, in kelders, ijskelders, bunkers, forten en kalksteengroeven. Soms overwinteren ze op zolders of in kerktorens. Ze slapen onrustig en worden ook bij kou regelmatig wakker. Zomer- en winterverblijf liggen meestal dicht bij elkaar. De gewone grootoorvleermuis is een standvleermuis die hooguit zo’n 50 km aflegt.
Verdwijnt een verblijfplaats door werkzaamheden, dan kunnen kraamkasten de functie in de kraamperiode tijdelijk overnemen. Voor permanente compensatie zijn boomkasten, gevelkasten en paalkasten beschikbaar.
Voedsel en jachtgedrag
Nachtvlinders vormen het grootste deel van het menu. Daarnaast vangt de grootoorvleermuis relatief grote prooien die overdag actief zijn of niet vliegen, zoals dagpauwogen, langpootmuggen, spinnen, kevers, rupsen en oorwormen. Grotere prooien eet hij op een vaste hangplaats op, bijvoorbeeld een tak of een plafondbalk. Daaronder vind je keutels en afgebeten vlindervleugels.
Pas als het helemaal donker is, gaat hij op jacht. Hij vliegt langzaam langs of door de begroeiing, stijgt soms recht omhoog langs bladeren of muren en kan stil in de lucht hangen. Zijn prooien plukt hij direct van de vegetatie. Veel nachtvlinders horen echolocatie en laten zich vallen zodra een vleermuis nadert. Daarom roept de grootoorvleermuis heel zacht en zoekt hij zijn prooi vooral met zijn gehoor en zijn grote ogen.
Voortplanting en levensverwachting
De paartijd loopt van de herfst tot in het voorjaar. In de herfst paren de dieren bij zwermplaatsen, later in de winterverblijven. Mannetjes roepen in die periode luid vanaf een hangplaats, bijvoorbeeld aan een boomstam. In de laatste drie weken van juli krijgt een vrouwtje in de kraamkolonie meestal één jong, soms twee. Na drie tot vier weken proberen de jongen te vliegen en na zes weken zijn ze vliegvlug.
Een gewone grootoorvleermuis wordt gemiddeld 4 jaar oud. Het oudst bekende dier werd 30 jaar.

Gewone grootoorvleermuis herkennen aan geluid
De gewone grootoorvleermuis heet ook wel de fluisterende vleermuis. Tijdens de jacht zendt hij zachte, korte FM-pulsen uit van 80 naar 18 kHz, met een pulsduur van 1 tot 2 ms. Met een batdetector hoor je die op hooguit 5 m afstand. In open gebied roept hij iets luider, van 60 naar 12 kHz. Dat geluid draagt 20 tot 25 m ver. Rond bladeren en twijgen laat hij soms ook luidere knallen van 42 naar 12 kHz horen.
Door zo zacht te roepen, voorkomt de grootoorvleermuis dat nachtvlinders hem horen aankomen. Die laten zich anders vallen en ontsnappen. De vleermuis zelf vindt zijn prooi vooral op het gehoor.
Bij ecologisch veldonderzoek mis je de soort daardoor snel, ook als hij er wel is. Een batdetector alleen is niet genoeg. Ecologen combineren daarom methoden: ze zoeken naar keutels en vlindervleugels onder hangplaatsen, letten op uitvliegende dieren en zetten detectoren dicht bij mogelijke verblijfplaatsen. Met Monitoring & effect volgt Vivara Pro het gebruik van verblijfplaatsen met sensoren en AI-modellen, zichtbaar in een dashboard.
Kennisdocument gewone grootoorvleermuis van BIJ12
BIJ12 maakt in opdracht van de twaalf provincies kennisdocumenten voor beschermde soorten. Zo’n document bundelt wat bekend is over de ecologie van een soort, welk onderzoek nodig is en welke maatregelen schade voorkomen of beperken. Provincies gebruiken het bij de beoordeling van een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit. Ecologen onderbouwen er hun onderzoek en maatregelen mee.
Het Kennisdocument gewone grootoorvleermuis is in april 2025 vernieuwd (versie 2.0) en vervangt de versie uit 2017. Het was het eerste kennisdocument dat BIJ12 als webpagina publiceerde, zodat het sneller kan worden bijgewerkt. Onderzoek met kleine zenders heeft laten zien hoe verblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebieden met elkaar samenhangen. Dat netwerk staat nu centraal.
Moet je vervangende verblijfplaatsen realiseren, lees dan vooral het deel over de eigenschappen van nieuwe en alternatieve verblijfplaatsen. Het document bevat nu ook concrete adviezen voor het plaatsen van vleermuiskasten, bijvoorbeeld bij kerkzolders of in bossen.
Via Advies & ontwerp voert Vivara Pro het ecologisch onderzoek uit en stelt een faunainrichtingsplan op dat aansluit op het kennisdocument. Zo sluiten de voorgestelde voorzieningen aan bij wat het bevoegd gezag verwacht.
Maatregelen voor de gewone grootoorvleermuis
Welke voorziening past, hangt af van de functie die verdwijnt en van de fase van het project. De gewone grootoorvleermuis gebruikt, anders dan bijvoorbeeld de laatvlieger, ook nest- en vleermuiskasten. Kasten zijn voor deze soort dus een bruikbaar middel.
| Situatie | Voorziening | Functie |
|---|---|---|
| Tijdens sloop, renovatie of isolatie | Kraamkasten | Tijdelijke mitigatie, vooral in de kraamperiode |
| Bos, park of bomenrij | Boomkasten | Permanente compensatie |
| Bestaande gevel | Gevelkasten | Permanente compensatie |
| Nieuwbouw of renovatie | Inbouwstenen | Permanente compensatie, ingebouwd in de gevel |
| Open terrein zonder geschikte bomen of gevel | Paalkasten | Permanente compensatie |
De soort gebruikt een netwerk van verblijfplaatsen en verhuist vaak. Meerdere voorzieningen dicht bij elkaar sluiten daarom beter aan bij zijn gedrag dan één losse kast. Plaats ze in de buurt van het jachtgebied en van beschutte vliegroutes langs bosranden, singels of houtwallen. Ook de Kraamkamer-paalkast voor laatvliegers, ontwikkeld met Stichting de Laatvlieger, is naast de laatvlieger bedoeld voor de gewone grootoorvleermuis. Het volledige aanbod staat bij vleermuisverblijven.

Van advies tot monitoring
Vivara Pro begeleidt het hele traject in vier stappen: Advies & ontwerp, plaatsing, onderhoud & beheer en monitoring & effect. Bij een soort die je zo moeilijk waarneemt, is die laatste stap extra belangrijk. Zonder metingen zie je nauwelijks of een voorziening in gebruik is.
Bouwbedrijven en architecten die vleermuisvoorzieningen in nieuwbouw of renovatie willen opnemen, vinden meer informatie bij natuurinclusief bouwen. Werkt je gemeente met een puntensysteem voor biodiversiteit, zoals de Gemeentelijke Praktijk Richtlijn (GPR), dan adviseren we ook over de inzet van voorzieningen binnen dat systeem.
OP ZOEK NAAR DESKUNDIG ADVIES?
Neem dan even contact met ons op. Onze ervaren adviseurs helpen je graag verder
