Is de meervleermuis beschermd?
Ja. De meervleermuis staat op bijlage II en IV van de Europese Habitatrichtlijn en is in Nederland beschermd via artikel 11.46, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, dat onder de Omgevingswet valt. Door bijlage II zijn er voor deze soort ook Natura 2000-gebieden aangewezen, zoals de Veluwe en de Rijntakken. Je mag de dieren niet opzettelijk doden, vangen of verstoren. Hun verblijfplaatsen mag je niet beschadigen of vernielen, ook niet als ze op dat moment leeg zijn.
Op de Rode Lijst van Nederlandse zoogdieren staat de meervleermuis als thans niet bedreigd. Toch is de landelijke staat van instandhouding achteruitgegaan, van gunstig in 2013 naar matig ongunstig in 2018. De soort staat dus onder druk, ook al zijn de aantallen nog niet laag genoeg voor de Rode Lijst. Een belangrijke zorg is na-isolatie van woningen, omdat kraamkolonies vaak in spouwmuren en onder daken zitten.


Wat betekent dit voor je project?
Kan een ingreep verblijfplaatsen, vliegroutes of jachtgebied van de meervleermuis raken, dan is ecologisch onderzoek verplicht. Kun je een negatief effect niet voorkomen, dan heb je een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit nodig. Daarin staan de mitigerende en compenserende maatregelen. Plan het onderzoek daarom vroeg in het project, zeker bij gebouwen langs water.
Vivara Pro voert het verplichte ecologisch onderzoek uit en adviseert over de maatregelen via Advies & ontwerp.
Kenmerken van de meervleermuis
De meervleermuis is groter dan de meeste Myotis-soorten en heeft een scherp contrast tussen rug en buik. Hij jaagt snel en laag boven open water, woont in gebouwen en trekt tussen zomer en winter honderden kilometers.
Uiterlijke kenmerken en afmetingen
De rugvacht is dicht behaard en middel- tot donkerbruingrijs. Hij steekt duidelijk af tegen de witte of witgrijze buik. De snuit is bruin, met voor een Myotis vrij grote neusknobbels. De oren zijn vrij lang, met een korte tragus die licht naar binnen buigt en rond eindigt. Net als de watervleermuis heeft de meervleermuis opvallend grote voeten met lange tastharen, waarmee hij insecten van het water schept. De leeftijd kun je schatten aan de kinvlek. Die is donker bij jonge dieren en wordt lichter naarmate ze ouder worden.
| Kenmerk | Waarde |
|---|---|
| Kop-romplengte | 57 tot 67 mm |
| Onderarmlengte | 43 tot 49 mm |
| Gewicht | 14 tot 20 g |
| Spanwijdte | 20 tot 30 cm |
Verschil tussen de meervleermuis en de watervleermuis
De meervleermuis en de watervleermuis jagen op dezelfde manier: laag boven het water, waarbij ze insecten met hun voeten van het oppervlak harken. Geen andere Nederlandse vleermuis jaagt zo. De watervleermuis is kleiner, heeft kortere oren en mist de kenmerkende neusknobbels. Op een batdetector roept de meervleermuis bovendien lager, rond 36 tot 39 kHz, tegenover ongeveer 49 kHz bij de watervleermuis.
Leefgebied en verspreiding van de meervleermuis in Nederland
De meervleermuis kiest landschappen met grote, langzaam stromende of stilstaande wateren, zoals rivieren, kanalen, vaarten en meren. Hij jaagt ook boven vochtige weilanden en langs bosranden, maar blijft dan binnen zo’n 500 m van water. Af en toe jaagt hij boven brak water langs de kust.
De verspreiding van de meervleermuis verschilt sterk per seizoen. In de zomer ligt het zwaartepunt in het westen en noordwesten van het land. Kraamkolonies zijn vooral gevonden in het westen en noorden en in veenweidegebieden in Oost-Nederland. Ook bij de randmeren van het IJsselmeer en langs de grote rivieren zitten ze. In de winter zitten de meeste dieren in bunkers in de duinen van Zuid- en Noord-Holland en in de mergelgroeven van Limburg. Zomer- en wintergebied liggen meestal 200 tot 340 km uit elkaar.
Voedsel en jachtgedrag
De meervleermuis eet vooral insecten die op of vlak boven het water leven, zoals dansmuggen, andere muggen en nachtvlinders. Daarnaast staan schietmotten, waterkevers, strontvliegen en bootsmannetjes op het menu.
Hij vliegt 30 tot 90 minuten na zonsondergang uit. Dan jaagt hij in een snelle, rechte vlucht in lange trajecten langs oevers of 10 tot 60 cm boven open water, met snelheden tot 35 km/u. Prooien harkt hij met zijn achterpoten van het water of vangt hij met de staartvlieghuid. Het jachtgebied kan 10 tot 20 km van de verblijfplaats liggen. Onderweg volgt hij kanalen, beken, vaarten en brede sloten. Boven land vliegt hij langs bomenrijen, houtwallen en dijken.
Voortplanting en verblijfplaatsen
Kraamkolonies zitten vrijwel altijd in gebouwen: op kerkzolders, in spouwmuren en onder dakpannen. Ze tellen enkele tientallen tot enkele honderden dieren. In Nederland zijn 45 kraamverblijven bekend en de totale populatie wordt geschat op 10.000 dieren. In de eerste helft van juni krijgt elk vrouwtje één jong. Vrouwtjes planten zich voor het eerst voort in hun tweede levensjaar.
Paarverblijven liggen meestal langs de trekroutes tussen zomer- en winterverblijf. Vleermuiskasten en woonhuizen zijn bekend als paarverblijf. Ook in winterverblijven wordt gepaard. Belangrijke paargebieden zijn onder meer Zeeuws-Vlaanderen, Flevoland, Gelderland en Noord-Brabant.
In de winter zitten meervleermuizen in mergelgroeven, bunkers, forten, vestingwerken, oude steenfabrieken en kelders, soms in gebouwen. Toch worden er in Nederland in de winter maar zo’n 400 geteld. Waar de rest overwintert, is nog grotendeels onbekend. De oudst bekende meervleermuis werd 20 jaar.

Meervleermuizen bij bouw- en renovatieprojecten
De meervleermuis woont in gebouwen en jaagt langs water. Bij projecten in de buurt van water en oudere gebouwen moet je dus extra opletten. Denk aan renovatie of na-isolatie van woningen en kerken, nieuwbouw langs kanalen en vaarten, werk aan kades en bruggen of nieuwe verlichting langs water die een vliegroute kan verstoren. In die gevallen is ecologisch onderzoek verplicht vanuit de Omgevingswet, nog voordat het werk begint.
Voor gemeenten speelt dit bij eigen vastgoed, bij het verduurzamen van woonwijken en bij de beoordeling van bouwplannen. Architecten kunnen voorzieningen al in het ontwerp opnemen. Bouwbedrijven moeten het onderzoek en de maatregelen inplannen. Het onderzoek naar de meervleermuis is aan vaste periodes gebonden, dus uitstel kost al snel een seizoen.
Via Advies & ontwerp voert Vivara Pro het onderzoek uit en stelt een faunainrichtingsplan op. Werkt je gemeente met een puntensysteem voor biodiversiteit, zoals de Gemeentelijke Praktijk Richtlijn (GPR), dan adviseren we ook over de inzet van voorzieningen binnen dat systeem.
Vleermuisprotocol meervleermuis
Het vleermuisprotocol beschrijft hoe ecologen vleermuisonderzoek voor de Omgevingswet uitvoeren: in welke periodes, bij welk weer, met hoeveel veldbezoeken en hoe lang. Het zegt niet waar vleermuizen voorkomen, maar hoe je ze het best kunt waarnemen. Sinds 1 maart 2025 geldt het Vleermuisprotocol 2021, geactualiseerd voor de meervleermuis. Daarin is het onderzoek naar kraam- en satellietverblijven van deze soort aangescherpt.
Koloniekaart meervleermuis
Bij het geactualiseerde protocol hoort een koloniekaart. Dat is een landelijke kaart met alle bekende kraamgroepen en mannenverblijven van de meervleermuis. De kaart bepaalt hoeveel onderzoek nodig is. In de rode gebieden rond kraamgroepen zijn drie bezoeken nodig: twee voor kraamverblijven en één voor satellietverblijven. In de blauwe gebieden rond mannenverblijven volstaat één ronde voor satellietverblijven. Vind je een verblijf, dan volgt binnen drie dagen een uitvliegtelling.
Voor gemeenten en ontwikkelaars is de kaart ook een vroege risicocheck. Ligt een plangebied in een rood of blauw gebied, dan weet je al voor het ontwerp dat je rekening moet houden met de meervleermuis. De meest recente versie is te downloaden via meervleermuis.nl.

Kennisdocument meervleermuis
BIJ12 maakt in opdracht van de provincies kennisdocumenten met de ecologie van een soort, het benodigde onderzoek en effectieve maatregelen. Provincies gebruiken die bij het verlenen van omgevingsvergunningen. Een kennisdocument voor de meervleermuis is in voorbereiding. Tot het er is, baseren ecologen zich vooral op het vleermuisprotocol, de koloniekaart en de beschikbare onderzoeksrapporten.
De ecologen en adviseurs van Vivara Pro passen het protocol toe en bakenen het onderzoek af met de koloniekaart. Daarna vertalen ze de uitkomsten naar maatregelen, via Advies & ontwerp.

Geschikte voorzieningen voor de meervleermuis
Welke voorziening past, hangt af van het type verblijfplaats dat verdwijnt en van de plek van het project. Een kraamkolonie vraagt iets anders dan een paarverblijf langs een trekroute.
| Verblijfplaats | Voorziening | Functie |
|---|---|---|
| Kraamkolonie in een gebouw, tijdens werkzaamheden | Kraamkasten | Tijdelijke mitigatie |
| Kraamkolonie, na renovatie of in nieuwbouw | Inbouwstenen en gevelkasten | Permanente compensatie |
| Paarverblijf langs een trekroute | Gevelkasten, boomkasten of paalkasten | Permanente compensatie |
| Langs water zonder geschikte gebouwen of bomen | Paalkasten | Permanente compensatie |
Kraamkolonies van de meervleermuis zijn groot en zitten in ruime, warme plekken onder daken en in spouwmuren. Een vervangend kraamverblijf is daarom vaak maatwerk. Zodion onderzocht bijvoorbeeld een kraamkolonie in een verwarmde koof in Waddinxveen. Voor paarverblijven gebruikt de soort ook gewone vleermuiskasten. Plaats voorzieningen bij voorkeur dicht bij water en bij de vliegroutes ernaartoe.
Het volledige aanbod staat bij vleermuisverblijven. Via Plaatsing monteren ervaren specialisten van Vivara Pro de voorzieningen op de juiste plek en hoogte.
Monitoring van meervleermuispopulaties
Na het plaatsen wil je weten of de meervleermuis de voorziening ook echt gebruikt. Het bevoegd gezag kan monitoring zelfs als voorwaarde aan een omgevingsvergunning verbinden. Hoe waardevol lange reeksen zijn, laten de twintig jaar uitvliegtellingen bij een kraamverblijf in Waddinxveen zien. Ook in Natura 2000-gebieden zoals de Veluwe en de Rijntakken wordt de soort al jaren gevolgd.
Met Monitoring & effect brengt Vivara Pro het gebruik van verblijfplaatsen in beeld. Sensoren registreren de activiteit bij een voorziening en AI-modellen herkennen de soort. In een dashboard zie je wanneer en hoe vaak vleermuizen de voorziening gebruiken. Zo onderbouw je richting provincie en gemeente dat de maatregelen hun functie vervullen.

OP ZOEK NAAR DESKUNDIG ADVIES?
Neem dan even contact met ons op. Onze ervaren adviseurs helpen je graag verder
