Mopsvleermuis

De mopsvleermuis (Barbastella barbastellus) behoort tot de zeldzaamste vleermuizen van Nederland. De soort is herkenbaar aan het zeer donkere gezicht, de korte en gedrongen snuit en de zwartbruine vacht met lichte haarpunten, waardoor de vacht een berijpt uiterlijk krijgt. Ook de brede oren, die boven de snuit met elkaar verbonden zijn, vallen op. (Bron: Zodion)

Lange tijd gold de mopsvleermuis als verdwenen uit Nederland. Vanaf 2017 werd de soort opnieuw met batdetectors waargenomen in Zeeuws-Vlaanderen. In 2023 volgde een belangrijke ontdekking: ten oosten van Winterswijk werd voor het eerst een kraamverblijf van de mopsvleermuis in Nederland gevonden. Daarmee was ook voor het eerst voortplanting in Nederland aangetoond.

Die terugkeer is relevant voor ecologen, terreinbeheerders en gemeenten. De mopsvleermuis is sterk verbonden aan structuurrijke bossen en gebruikt onder meer loshangende schors en boomholten als verblijfplaats. Bij bosbeheer, kap en andere ruimtelijke ingrepen kan daarom rekening moeten worden gehouden met verblijfplaatsen die vanaf de grond niet altijd zichtbaar zijn.

Is de mopsvleermuis een beschermde diersoort?

Ja, de mopsvleermuis is een Europees beschermde soort. In Nederland valt de soort onder artikel 11.46, lid 1 van het Besluit activiteiten leefomgeving, onderdeel van het stelsel van de Omgevingswet. Dit artikel beschermt onder meer dieren van soorten uit bijlage IV van de Habitatrichtlijn tegen opzettelijk doden, vangen en verstoren. Ook het beschadigen of vernielen van voortplantingsplaatsen en rustplaatsen valt onder de verbodsbepalingen.

De mopsvleermuis staat zowel in bijlage II als bijlage IV van de Europese Habitatrichtlijn. De Habitatrichtlijn schrijft voor dat soorten uit bijlage IV strikt worden beschermd. Bijlage II betekent daarnaast dat voor het behoud van de soort speciale beschermingszones binnen Natura 2000 kunnen worden aangewezen.

Op de Nederlandse Rode Lijst Zoogdieren 2020 is de mopsvleermuis niet beschouwd. Zoals ook in het soortoverzicht van Zodion wordt beschreven, was bij het opstellen van die lijst nog geen voortplantende Nederlandse populatie bekend. De soort werd vanwege de toenmalige situatie als dwaalgast beschouwd.

Wordt de mopsvleermuis aangetroffen binnen een projectgebied, dan vraagt dat om een soortgerichte beoordeling van mogelijke effecten op dieren, verblijfplaatsen en functioneel leefgebied. Welke maatregelen of vervolgstappen nodig zijn, hangt af van de locatie, de functie van het gebied en de geplande werkzaamheden.

Mopsvleermuis bewoond in de Mopsvleermuiskast van Vivara Pro

De terugkeer van de mopsvleermuis in Nederland

De mopsvleermuis werd tot in de jaren tachtig nog overwinterend aangetroffen in Zuid-Limburg en tot het begin van de jaren negentig in Zeeuws-Vlaanderen. Daarna bleven waarnemingen lange tijd uit en werd de soort als verdwenen uit Nederland beschouwd. Volgens het soortoverzicht van Zodion werden vanaf 2017 in de bossen van Zeeuws-Vlaanderen opnieuw mopsvleermuizen geregistreerd met batdetectors en opnameapparatuur.

De volgende belangrijke stap volgde in juni 2023. Tijdens onderzoek in de omgeving van Winterswijk werd een zogend vrouwtje gevangen en voorzien van een kleine zender. Het dier leidde de onderzoekers naar een kraamverblijf ten oosten van Winterswijk, achter loshangende schors van een Amerikaanse eik. Bij het verblijf werden zeven uitvliegende dieren waargenomen. In het artikel Eerste kraamkolonie mopsvleermuizen in Nederland wordt deze vondst beschreven als het eerste bewijs van voortplanting van de mopsvleermuis in Nederland.

Onderzoek in 2025 laat zien dat de aanwezigheid rond Winterswijk mogelijk niet tot deze ene locatie beperkt blijft. Tijdens akoestisch onderzoek werd op bijna tien kilometer van de in 2023 gevonden kolonie opnieuw duidelijke activiteit vastgesteld. In het bericht Kwetsbare mopsvleermuis beter in beeld beschrijft Nature Today dat op één locatie binnen een uur na zonsondergang meerdere opnames zijn gemaakt die kunnen wijzen op de aanwezigheid van een kraamkolonie. Gericht vervolgonderzoek moet uitwijzen waar de bijbehorende verblijfplaatsen zich bevinden.

De oude boskernen, houtwallen en lanen in het kleinschalige landschap rond Winterswijk lijken daarbij van betekenis. Zulke lijnvormige landschapselementen verbinden bosgebieden met elkaar en kunnen onderdeel zijn van het functionele leefgebied van de soort.

Kenmerken van de mopsvleermuis

De mopsvleermuis heeft een aantal kenmerken waarmee de soort zich onderscheidt van andere Europese vleermuizen. Vooral de vorm van de oren, de donkere vacht, het gebruik van spleetvormige verblijfplaatsen en de karakteristieke echolocatie zijn relevant bij herkenning en onderzoek.

Uiterlijke kenmerken en afmetingen

Kenmerkend zijn vooral de brede, korte oren. Deze zijn boven de snuit door een huidplooi met elkaar verbonden. Aan de buitenrand van het oor bevindt zich een rond uitsteeksel. De tragus, het kraakbenige uitsteeksel aan de binnenkant van het oor, versmalt ongeveer halverwege. Juist de combinatie van de brede oren en de verbinding boven de snuit maakt de soort relatief goed herkenbaar.

Kenmerken van de mopsvleermuis:

De kop-romplengte bedraagt ongeveer 45 tot 58 millimeter.
Een volwassen mopsvleermuis weegt doorgaans 9 tot 11 gram.
De spanwijdte ligt tussen 26 en 29 centimeter
en de onderarmlengte tussen 36,5 en 43,5 millimeter.

Leefgebied en jachtgedrag van de mopsvleermuis

De mopsvleermuis heeft een voorkeur voor structuurrijke, beboste landschappen. Vooral oude bosdelen, bosranden en open plekken in het bos
worden gebruikt. De soort komt daarnaast voor in halfopen landschappen met lijnvormige beplanting, zoals houtwallen en lanen. Uit de beschrijving van het leef- en jachtgedrag door Zodion blijkt dat mopsvleermuizen hun verblijfplaats relatief vroeg verlaten, ongeveer 5 tot 31 minuten na zonsondergang. Tijdens het jagen vliegen ze vaak enkele meters boven de boomkronen, maar ze jagen ook langs bosranden en dichter bij de vegetatie. De vlucht is wendbaar en wordt geregeld onderbroken door duikvluchten.

Jachtvluchten blijven meestal beperkt tot enkele kilometers. Afstanden tot ongeveer 25 kilometer zijn echter vastgesteld. Vooral nachtvlinders vormen een belangrijk deel van het voedsel van de mopsvleermuis.

Verblijfplaatsen van de mopsvleermuis

Overdag zit de mopsvleermuis meestal verborgen in een spleetvormige verblijfplaats. In bosgebieden gaat het bijvoorbeeld om ruimten achter loshangende boomschors of in boomholten. Ook spleten in gebouwen kunnen als verblijfplaats worden gebruikt. In het soortoverzicht van Zodion wordt beschreven dat de mopsvleermuis ook incidenteel in vleermuiskasten wordt aangetroffen.

Een kraamkolonie is bovendien niet noodzakelijk aan één boom gebonden. Mopsvleermuizen wisselen regelmatig van verblijf en een kolonie kan gedurende een seizoen tientallen verschillende boomverblijven gebruiken. Dat maakt niet alleen de afzonderlijke verblijfboom belangrijk, maar ook het beschikbare netwerk van geschikte bomen in de omgeving.

De overwintering begint vaak in bomen. Wanneer het kouder wordt, kunnen de dieren naar ondergrondse verblijfplaatsen trekken, zoals grotten, groeven, bunkers en kelders. De mopsvleermuis is relatief koudetolerant en wordt in de winter daarom ook in koudere delen bij de ingang van zulke verblijven aangetroffen.

Geluid en echolocatie

Het geluid van de mopsvleermuis is herkenbaar aan twee echolocatiesignalen die elkaar afwisselen. Volgens Zodion loopt een relatief luid FM-signaal ongeveer van 36 naar 28 kHz, met een piekfrequentie rond 32 kHz. Daarnaast gebruikt de soort een zachter signaal op een hogere frequentie, met een piek rond 40 tot 42 kHz. FM staat voor frequentiegemoduleerd: de frequentie verandert tijdens één puls.

Op een heterodyne batdetector doet de afwisseling tussen de twee signalen denken aan castagnetten. Rond 32 kHz is het karakteristieke patroon doorgaans goed hoorbaar.

Bij de pulsduur vermeldt Zodion momenteel waarden van 2,5 en 4,5 seconden. Die eenheid lijkt niet te kloppen. In wetenschappelijk onderzoek naar de echolocatie van de mopsvleermuis worden pulsduren van enkele milliseconden
beschreven. Het ligt daarom voor de hand dat hier milliseconden in plaats van seconden worden bedoeld.

Door het relatief zachte karakter van een deel van de signalen vraagt akoestische inventarisatie voldoende onderzoeksinspanning. Tijdens het onderzoek rond Winterswijk zijn daarom meerdere detectors gedurende meerdere nachten ingezet om de aanwezigheid van de soort beter in beeld te brengen.

Voortplanting, leeftijd en natuurlijke vijanden

De paartijd begint vanaf ongeveer half augustus. Paringen vinden onder meer plaats op zwermlocaties. Vanaf half juni worden doorgaans één of twee jongen geboren. Deze levenscyclus wordt ook beschreven in het soortoverzicht van de mopsvleermuis.

Voor de gemiddelde levensverwachting worden waarden van ongeveer 5,5 tot 10 jaar genoemd. Zodion vermeldt een maximaal waargenomen leeftijd van 21 jaar. Deze waarde moet worden gelezen als het waargenomen maximum binnen de gebruikte bron.

Over natuurlijke vijanden is minder soortspecifieke informatie beschikbaar. Voor de mopsvleermuis zijn geen gespecialiseerde predatoren bekend. Vondsten in braakballen laten wel zien dat nachtelijke roofvogels incidenteel mopsvleermuizen vangen. Zo is predatie door de bosuil gedocumenteerd. Algemene lijsten met natuurlijke vijanden van vleermuizen kunnen daarom niet zonder verdere onderbouwing rechtstreeks op de mopsvleermuis worden toegepast.

Wat betekent de mopsvleermuis voor kap en bosbeheer?

De aanwezigheid van de mopsvleermuis kan betekenen dat bij kap en bosbeheer rekening moet worden gehouden met zowel verblijfplaatsen als het netwerk van geschikte bomen eromheen. Uit informatie over het verblijfplaatsgebruik van de mopsvleermuis blijkt dat de soort geregeld gebruikmaakt van plekken achter loshangende schors en binnen één seizoen veel verschillende bomen kan benutten. Daardoor kan het verdwijnen van meerdere geschikte bomen invloed hebben op het beschikbare verblijfplaatsennetwerk.

Oude bomen, dode bomen en bomen met loshangende schors verdienen daarom bijzondere aandacht wanneer in een gebied mopsvleermuizen voorkomen of kunnen voorkomen. Ook de structuur van het omliggende landschap is relevant. Het onderzoek rond Winterswijk laat zien dat oude boskernen, bosranden, houtwallen en lanen onderdeel kunnen zijn van het leefgebied en verbindingen tussen verschillende bosgebieden kunnen vormen.

Ecologisch onderzoek kan duidelijk maken welke functies binnen een projectgebied aanwezig zijn en waar mogelijke effecten ontstaan. Bij een bredere gebiedsaanpak kan een faunainrichtingsplan helpen om verblijfplaatsen, verbindingen en andere ecologische functies in samenhang te bekijken.

Afbeelding van een mops vleermuis in een mops vleermuiskast van Vivara Pro

Een kast speciaal voor de mopsvleermuis

De VK WS 18 Mops Vleermuiskast is ontwikkeld als soortgerichte vleermuiskast voor onder meer de mopsvleermuis. Het ontwerp sluit aan bij het verblijfplaatsgebruik van de soort, die van nature veel gebruikmaakt van spleetvormige ruimten, waaronder plekken achter loshangende boomschors.

Bij de ontwikkeling van de VK WS 18 Mops Vleermuiskast is samengewerkt met Christian Giese van de LFA Fledermausschutz van NABU in Noordrijn-Westfalen. Praktijkervaringen met mopsvleermuizen zijn meegenomen in het ontwerp. De kast heeft onder meer een verlengd landingsplateau en een aangepaste binnenruimte en is uitgevoerd in houtbeton/WoodStone®.

Een vleermuiskast vervangt niet automatisch de ecologische functie van een natuurlijke verblijfplaats. Of een kast wordt gebruikt, hangt onder meer samen met de plaatsing, het omliggende landschap en het beheer. Bij de mopsvleermuis is een bosrijke omgeving daarbij van belang.

Mopsvleermuis | 2

OP ZOEK NAAR DESKUNDIG ADVIES?

Neem dan even contact met ons op. Onze ervaren adviseurs helpen je graag verder

Mopsvleermuis | 3
Copyright Vivarapro
Sitemap

Highlight

VK SK 04 Vleermuis paalkast inclusief houten paal

VK SK 04 Vleermuis paalkast inclusief houten paal

Product bekijken
VK WS 18 Mops Vleermuiskast | 6

VK WS 18 Mops Vleermuiskast

Product bekijken

Highlight

UK ST 01 Steenuil nestkast | 8

UK ST 01 Steenuil nestkast

Product bekijken
Huiszwaluwtil

HT HZ 01 Huiszwaluwtil inclusief paal

Product bekijken