Is de ruige dwergvleermuis beschermd?
Ja. De soort staat op bijlage IV van de Europese Habitatrichtlijn en is in Nederland beschermd via artikel 11.46 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), dat onder de Omgevingswet valt. Je mag ruige dwergvleermuizen niet opzettelijk doden, vangen of verstoren. Hun voortplantings- en rustplaatsen mag je niet beschadigen of vernielen, ook niet als ze op dat moment leeg zijn.
Staat van instandhouding van de ruige dwergvleermuis
In 2013 was de landelijke staat van instandhouding nog gunstig. Bij de beoordeling van 2018 is die bijgesteld naar matig ongunstig. Op de Rode Lijst van Nederlandse zoogdieren (2020) staat de soort niet. Die lijst behandelt alleen soorten die tien jaar achtereen in Nederland jongen hebben gekregen. Bij de ruige dwergvleermuis is dat niet zo. Tijdens de najaarstrek zijn er naar schatting 50.000 tot 400.000 ruige dwergvleermuizen in Nederland.
Juist dat trekgedrag maakt de soort kwetsbaar voor grootschalige ingrepen langs de trekroutes. Verdwijnen er bij sloop, renovatie of bomenkap veel verblijfplaatsen tegelijk, dan vinden doortrekkende dieren te weinig plekken om de dag door te komen. Windturbines op of bij trekroutes veroorzaken daarnaast aanvaringsslachtoffers.
Ecologisch onderzoek en vergunning
Wie in of bij het leefgebied van de ruige dwergvleermuis gaat bouwen, slopen of kappen, laat eerst ecologisch onderzoek doen. Dat begint altijd met een verkennend onderzoek (quickscan), dat het hele jaar kan. Is de soort daarna niet met zekerheid uit te sluiten, dan volgt nader onderzoek. Dat kan alleen in bepaalde periodes van het jaar en vraagt dus ruimte in de planning.
Is een negatief effect niet te voorkomen, dan is een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit nodig. Daar horen maatregelen bij: mitigatie om de gevolgen voor de soort te beperken en compensatie in de vorm van vervangende verblijfplaatsen. Vivara Pro begeleidt dit traject via Advies & ontwerp, van ecologisch onderzoek tot een faunainrichtingsplan waarin de verblijven al in het ontwerp zitten.

Wat staat er in het kennisdocument van BIJ12 over deze soort?
Het Kennisdocument ruige dwergvleermuis is het naslagwerk dat provincies, gemeenten en ecologen gebruiken bij onderzoek en vergunningverlening voor deze soort. BIJ12 stelt het op in opdracht van de twaalf provincies. De huidige versie 2.0 dateert van augustus 2024 en vervangt het kennisdocument uit 2017 en de soortenstandaard uit 2014.
Het document beschrijft welke functies je in beeld brengt: kraam-, zomer-, paar- en winterverblijven, vliegroutes, migratieroutes en foerageergebied. Per functie staat erin in welke periode nader onderzoek zin heeft. Voor de effectbeoordeling gelden alle winter- en paarverblijfplaatsen als belangrijke verblijfplaatsen, hoeveel dieren er ook zitten. Provincies toetsen een vergunningsaanvraag aan het kennisdocument, het juridisch kader en hun eigen beleid.
Afwijken van het kennisdocument mag, als je de keuze ecologisch en soortspecifiek onderbouwt. Het document is ook open over wat nog onbekend is. Zo weten we weinig over hoe snel ruige dwergvleermuizen een nieuwe verblijfplaats gaan gebruiken. Er zijn zelfs voorzieningen die na jaren nog leeg zijn. Dat is een reden om voldoende voorzieningen te plaatsen, de locatie zorgvuldig te kiezen en achteraf te monitoren.
Vivara Pro gebruikt het kennisdocument als uitgangspunt bij het opstellen van een faunainrichtingsplan. Zo sluiten de voorgestelde verblijfplaatsen aan bij wat het bevoegd gezag verwacht.

Kenmerken van de ruige dwergvleermuis
Een ruige dwergvleermuis herken je aan de wat warrige, roodbruine vacht zonder zwart masker, de behaarde staartvlieghuid en een roep die lager klinkt dan die van de gewone dwergvleermuis.
Uiterlijk en afmetingen
In de zomer is de rugvacht roodbruin en de buik iets lichter, geelachtig bruin. Na de rui, vanaf eind juli, kleurt de rug donkerbruin met grijze haarpunten. Snuit, oren en vleugels zijn donkerbruin en onbehaard. De oren zijn kort en afgerond. De lange vleugels passen bij een dier dat grote afstanden vliegt. Kenmerkend is de beharing op de bovenkant van de staartvlieghuid, die tot ongeveer halverwege loopt. Ook de vleugels zijn bij de aanhechting behaard.
| Kenmerk | Waarde |
|---|---|
| Kop-romplengte | 44 tot 54 mm |
| Onderarmlengte | 32 tot 37 mm |
| Gewicht | 6 tot 10 g |
| Spanwijdte | 23 tot 25 cm |
Voor de trek en de winter vetten de dieren flink op. BIJ12 noemt daarom een gewicht tot zo’n 15 gram.
De gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus) lijkt er sterk op, maar is iets kleiner en heeft een donkerdere, gladdere vacht. Door het contrast tussen de bijna zwarte snuit en oren en de vacht heeft die soort een duidelijk zwart masker. Bij de ruige dwergvleermuis loopt de kleur van snuit en kopvacht vaag in elkaar over. De kleine dwergvleermuis (Pipistrellus pygmaeus) is nog iets kleiner.
Met een batdetector is het onderscheid vaak het makkelijkst te maken. De echolocatie van de ruige dwergvleermuis piekt gemiddeld tussen 36 en 41 kHz. Dat is lager dan bij de gewone dwergvleermuis. Ook volgen de pulsen elkaar trager en regelmatiger op. In de nazomer en herfst roepen mannetjes meestal vanaf een vaste plek, met een vierdelige werfroep rond 20 kHz.
Leefgebied en verspreiding
De ruige dwergvleermuis zoekt water op. Polders, riviergebieden, moerassen en meren hebben de voorkeur, het liefst in de buurt van vochtig loofbos of van bebouwing waar de dieren kunnen verblijven. Ze jagen boven beschutte oevers, langs loofbosranden en andere opgaande begroeiing. Bebouwing en open terrein zijn als jachtgebied minder in trek, al jagen ze graag rond straatlantaarns.
De soort komt in bijna heel Nederland voor. Het zwaartepunt ligt in het noordwesten, ruwweg ten noorden van een lijn van Assen naar Goes. Ook langs de kust, rivieren, meren en plassen zijn de aantallen hoger. In het oosten en zuiden is de soort minder algemeen. Lokaal lopen de verschillen sterk uiteen: bij onderzoek voor soortenmanagementplannen telden ecologen in Bergen op Zoom 57,1 baltsende mannetjes per km², in Apeldoorn 0,1. Buiten Nederland loopt het verspreidingsgebied oostelijk door tot de Oeral en de Kaukasus.
Voedsel en jachtgedrag
De ruige dwergvleermuis eet alleen vliegende insecten, vooral dansmuggen. Daarnaast staan langpootmuggen, kriebelmuggen, kleine nachtvlinders, kokerjuffers en bladluizen op het menu. De dieren jagen in een vrij snelle, rechte vlucht in lange banen, op 2 tot 5 m hoogte en op enige afstand van de begroeiing. Boven open water gaan ze ook bij harde wind door. Soms jagen ze op grote hoogte, onder meer bij windturbines.

Verblijfplaatsen per seizoen
De ruige dwergvleermuis is weinig kieskeurig en gebruikt allerlei nauwe ruimtes als verblijfplaats, in gebouwen en in bomen. Welke plek de dieren kiezen, hangt af van het seizoen.
| Type verblijfplaats | Periode | Waar |
|---|---|---|
| Kraamverblijf | April tot half juli | In Nederland zeldzaam, drie keer vastgesteld. Elders in spleten van gebouwen, boomholtes en grote platte vleermuiskasten |
| Zomerverblijf | April tot en met augustus | Solitaire mannetjes of kleine groepjes in boomspleten, achter loshangende schors, in vleermuiskasten en achter betimmering |
| Paarverblijf | Begin augustus tot eind oktober | Boomholtes, nest- en vleermuiskasten, achter daklijsten en betimmering, in spouwmuren en onder dakpannen |
| Winterverblijf | Eind oktober tot eind maart | Spouwmuren, dakpannen, betimmering, houtstapels, boomholtes en kasten |
In de winter kiest de soort plekken waar de temperatuur flink kan schommelen. Ruige dwergvleermuizen slapen onrustig en zijn vaak wakker. Hun dikke vacht beschermt ze tegen enkele graden vorst. Wordt het strenger, dan verhuizen ze, bijvoorbeeld van een houtstapel naar een verwarmd huis.
Tijdens bouw- of sloopwerkzaamheden vangen tijdelijke voorzieningen, zoals kraamkasten, de functie op van verblijfplaatsen die verdwijnen. Voor permanente compensatie zijn paalkasten, boomkasten, gevelkasten en inbouwstenen geschikt. Het volledige aanbod staat bij vleermuisverblijven.
Migratie en trekgedrag
Elk jaar trekt de ruige dwergvleermuis tussen de kraamgebieden rond de Oostzee en de overwinteringsgebieden in West-Europa. Ringonderzoek laat afstanden zien van meer dan 2.000 km, soms met meer dan 170 km over zee. Het record staat op ruim 2.475 km. Op een trekkende nacht leggen de dieren gemiddeld 55 tot 130 km af.
De najaarstrek door Nederland loopt van half augustus tot de tweede week van oktober en piekt in de eerste helft van september. Een deel van de dieren blijft hier de winter over. Anderen trekken door naar België, Frankrijk of Noord-Spanje of steken de Noordzee over naar Groot-Brittannië en Ierland. De trek volgt vooral een strook van ongeveer 70 km langs de kust, de merengebieden, de oevers van het IJsselmeer en de grote rivieren.
Voortplanting en levensduur
De paartijd begint in augustus en kan doorlopen tot in november. In Nederland zijn de mannetjes vooral in augustus en september actief. Ze roepen vanuit de ingang van hun paarverblijf, het meest rond middernacht. Vaak keren ze jaar na jaar terug naar hetzelfde paarterritorium. Vrouwtjes bezoeken tijdens de trek meerdere territoria. Ze slaan het sperma op, de bevruchting volgt pas in het voorjaar.
De jongen komen tussen eind mei en eind juni ter wereld, meestal als tweeling. Vrouwtjes in hun eerste jaar krijgen vaak één jong. Na ongeveer vier weken vliegen de jongen. Vrouwtjes worden gemiddeld 2,3 tot 3 jaar oud, mannetjes 2,5 jaar. Het oudst bekende vrouwtje werd 12 jaar, het oudste mannetje 14.
Wat betekent deze soort voor bouw- en inrichtingsprojecten?
De ruige dwergvleermuis gebruikt gebouwen en bomen, trekt langs vaste routes en keert jaarlijks terug naar dezelfde paarterritoria. Een project in of bij het leefgebied vraagt daarom al in het begin om aandacht. Wat dat betekent, hangt af van je rol.
Voor architecten horen verblijfplaatsen in het ontwerp thuis, bijvoorbeeld als inbouwstenen hoog in de gevel, uit het licht en met een vrije aanvliegroute. Gemeenten krijgen met de soort te maken bij omgevingsvergunningen en bij soortenmanagementplannen voor hele wijken. Ze toetsen dan of de voorgestelde maatregelen aansluiten bij het kennisdocument van BIJ12.
Voor bouwbedrijven draait het vooral om de planning. Onderzoek is aan vaste periodes gebonden en de paar- en trektijd, van half juli tot eind oktober, is een gevoelige periode. Voorzieningen moeten eenvoudig te monteren zijn en op tijd geplaatst worden, zodat de dieren eraan kunnen wennen. Ecologen kijken eerst naar de ecologische geschiktheid van een maatregel. Bij deze soort weegt de locatie ten opzichte van water en trekroutes zwaarder dan de precieze eigenschappen van de voorziening.
Na-isolatie vraagt extra aandacht. Spouwmuren zijn voor deze soort een belangrijke winter- en paarverblijfplaats. De lijmstof die bij het injecteren van isolatiekorrels of -vlokken wordt gebruikt, is volgens BIJ12 giftig voor vleermuizen.


Van advies tot monitoring in vier stappen
Vivara Pro is Europa’s grootste producent van nestvoorzieningen voor beschermde diersoorten en begeleidt projecten in vier stappen:
- Advies & ontwerp: we voeren het verplichte ecologisch onderzoek onder de Omgevingswet uit, ondersteunen bij de vergunningsaanvraag en stellen een faunainrichtingsplan op waarin de benodigde verblijven in het ontwerp zijn opgenomen. Lees meer over Advies & ontwerp
- Plaatsing: eigen uitvoerende teams plaatsen tijdelijke voorzieningen tijdens de bouwfase en permanente voorzieningen in of aan het gebouw of in bomen.
- Onderhoud & beheer: periodieke controle en onderhoud houden de verblijven toegankelijk en bruikbaar.
- Monitoring & effect: sensoren en een dashboard laten zien of en wanneer de ruige dwergvleermuis de verblijven gebruikt. Lees meer over Monitoring & effect
Bij de ruige dwergvleermuis heeft monitoring een extra functie. Er is nog weinig bekend over hoe snel de soort nieuwe verblijfplaatsen in gebruik neemt. Metingen laten zien of de voorzieningen bezet raken. Daarmee kun je richting provincie, bestuur en bewoners aantonen dat de maatregelen hun functie vervullen.
OP ZOEK NAAR DESKUNDIG ADVIES?
Neem dan even contact met ons op. Onze ervaren adviseurs helpen je graag verder
