Vleermuizen
Vleermuizen zijn de enige zoogdieren die echt kunnen vliegen. Ze eten ‘s nachts grote hoeveelheden insecten en zijn in Nederland strikt beschermd. Voor wie bouwt, sloopt, renoveert of isoleert, zijn ze daarmee een factor om vroeg in het project mee te rekenen. Hun verblijfplaatsen zitten vaak in gebouwen en werk zonder voorafgaand onderzoek kan leiden tot vertraging of een bouwstop.
In dit artikel lees je welke soorten in Nederland voorkomen, hoe vleermuizen leven, wat de wet van je vraagt en hoe je vleermuizen een plek geeft bij nieuwbouw en renovatie.

Vleermuizen in Nederland
In Nederland komen 18 verschillende vleermuissoorten voor. Wereldwijd zijn dat er rond de 1.500. Dit zijn de soorten die je in Nederland het vaakst tegenkomt:
- De gewone dwergvleermuis komt veel voor in stedelijk gebied en verblijft in spouwmuren, achter gevelbekleding en onder dakpannen. Bij bouw- en isolatieprojecten is dit de soort die je het meest tegenkomt.
- De ruige dwergvleermuis lijkt sterk op de gewone dwergvleermuis, maar trekt en is vooral in het najaar in Nederland. Hij gebruikt zowel gebouwen als boomholtes en vleermuiskasten.
- De laatvlieger leeft ook in steden en dorpen en zoekt beschutting in hogere gebouwen, zoals kerktorens en flats.
- De rosse vleermuis is groot en snel, jaagt hoog in de lucht en verblijft meestal in boomholtes in bossen en parken.
- De watervleermuis vind je bij meren, rivieren en sloten, waar hij laag boven het water op insecten jaagt. Hij verblijft in bomen, bruggen en bunkers.
- De gewone grootoorvleermuis hoort bij bosrijk en halfopen landschap en verblijft op zolders, in kerken en in boomholtes.
Grofweg kun je de soorten indelen naar omgeving: stedelijk (gewone dwergvleermuis, laatvlieger), bosrijk (rosse vleermuis, grootoorvleermuis) en waterrijk (watervleermuis, meervleermuis). Zo schat je vooraf in of vleermuizen relevant zijn voor je projectlocatie. In bebouwd gebied is het antwoord bijna altijd ja, want de gewone dwergvleermuis komt in vrijwel elke Nederlandse wijk voor.
Leefwijze en biologie van vleermuizen
Vleermuizen zijn zoogdieren: ze baren levende jongen en zogen die. Het zijn nachtdieren die echolocatie gebruiken om insecten op te sporen. Door hoge geluiden uit te sturen en te luisteren naar de echo, vinden ze hun weg en hun prooi in het donker. Blind zijn ze niet. Ze hebben werkende ogen en nemen licht goed waar. Juist daarom mijden ze felle kunstverlichting.
Door het jaar heen hebben vleermuizen verschillende verblijfplaatsen nodig. In de zomer zoeken ze warme plekken voor hun jongen, zoals spouwmuren en de ruimte onder dakpannen. In de winter trekken ze naar koele, rustige en vochtige plaatsen, zoals kelders, bunkers of grotten. Vleermuizen zijn kwetsbaar omdat ze maar één jong per jaar krijgen. Een kraamkolonie die verloren gaat, herstelt daardoor traag.
Zijn vleermuizen gevaarlijk voor mensen? Bij normaal contact niet. Sommige soorten kunnen virussen dragen. Zo komt het vleermuisrabiësvirus in Nederland voor bij een klein deel van de laatvliegers. Overdracht op mensen kan alleen via een beet of krab als je een dier vastpakt. Als vleermuizen in je gebouw verblijven, loop je dus geen risico. Pak een vleermuis nooit met blote handen op en neem bij een beet contact op met je huisarts of de GGD.

Wat vleermuizen eten
Alle Nederlandse vleermuizen eten insecten. Vooral muggen, dansmuggen, nachtvlinders en kevers staan op het menu. De hoeveelheden zijn groot: een gewone dwergvleermuis van amper vijf gram vangt per nacht honderden insecten. Een kraamkolonie van een paar tientallen dieren verwerkt over een zomer miljoenen muggen.
Vleermuizen zijn daarmee natuurlijke plaagbestrijders, in de stad net zo goed als daarbuiten. Het verklaart ook waarom groen, water en onverlichte randzones rond een gebouw ecologisch belangrijk zijn. Daar zit het voedsel.
Winterslaap en seizoensgedrag
Vleermuizen houden winterslaap van ongeveer november tot en met maart. Het precieze moment hangt af van de soort en het weer. Ze overwinteren op plekken met een stabiele temperatuur net boven het vriespunt en een hoge luchtvochtigheid: bunkers, grotten, ijskelders, forten, maar ook spouwmuren en dikke muren van oudere gebouwen. Tijdens de winterslaap daalt hun lichaamstemperatuur sterk en teren ze op hun vetreserves. Wie ze in die periode verstoort, kost ze energie die ze niet kunnen aanvullen. Dat kan dodelijk zijn.
Het seizoensritme ziet er in grote lijnen zo uit:
| Periode | Gedrag | Wat dit betekent voor je planning |
|---|---|---|
| April en mei | Vleermuizen worden actief en verhuizen naar hun zomerverblijven. | Onderzoek naar zomerverblijven start. |
| Mei tot en met augustus | Kraamperiode: vrouwtjes brengen samen hun jongen groot in kraamkolonies. | Meest kwetsbare periode. Werk aan gebouwen met kraamverblijven is uitgesloten. |
| Augustus tot en met oktober | Paartijd en zwermgedrag rond winterverblijven. | Onderzoek naar paar- en winterverblijven. |
| November tot en met maart | Winterslaap. | Verstoring van winterverblijven is verboden. Werk aan zomerverblijven is vaak juist mogelijk. |
Dit ritme bepaalt wanneer je kunt bouwen. Een gebouw met alleen een zomerverblijf kun je onder voorwaarden in de winter aanpakken, een gebouw met een winterverblijf juist in de zomer. Welke periode geschikt is, volgt uit het ecologisch onderzoek.
Invloed van kunstlicht op vleermuizen
Vleermuizen zijn lichtgevoelig en mijden kunstlicht. Komen vleermuizen dan op licht af? Nee. Dat is een hardnekkig misverstand. Wat je bij een lantaarnpaal ziet, zijn insecten die op het licht afkomen. Een paar lichttolerante soorten, zoals de gewone dwergvleermuis en de laatvlieger, profiteren daarvan. De meeste andere soorten, waaronder de watervleermuis en de grootoorvleermuis, blijven bij verlichte plekken weg.
Felle verlichting op gevels, langs vliegroutes of bij invliegopeningen verstoort het jaaggedrag. Het kan een vliegroute doorsnijden en een kolonie verdrijven. Voor het verlichtingsontwerp bij projecten in de buurt van bekende vleermuisroutes of verblijfplaatsen betekent dit het volgende. Richt armaturen naar beneden en scherm ze af, zodat er geen strooilicht op gevels, bomen of water valt. Kies amberkleurig of rood licht met een lage kleurtemperatuur; blauwrijk wit licht verstoort het meest. Houd de invliegopeningen van vleermuisvoorzieningen en bestaande verblijfplaatsen donker. En werk waar het kan met dimmen of bewegingssensoren en schakel bouwplaatsverlichting ‘s nachts uit in de periode dat vleermuizen actief zijn.

Natuurlijke vijanden van vleermuizen
Vleermuizen hebben in Nederland weinig natuurlijke vijanden. De belangrijkste zijn uilen zoals de bosuil, kerkuil en steenuil en roofvogels zoals de torenvalk en boomvalk die vleermuizen in de schemering pakken. Marterachtigen kunnen verblijfplaatsen leegroven. In bebouwd gebied is de huiskat de meest voorkomende predator, vooral bij laag geplaatste invliegopeningen.
Toch heeft predatie weinig invloed op de populatie. Vleermuizen zijn ‘s nachts actief, hangen overdag onbereikbaar en vliegen behendig. De echte bedreigingen zijn habitatverlies door sloop, renovatie en na-isolatie, het verdwijnen van oude bomen en insectenrijk groen, lichtvervuiling en verstoring van winterverblijven. Of het goed gaat met vleermuizen, hangt dus vooral af van hoe wij bouwen en beheren.
Wettelijke bescherming van vleermuizen
Alle vleermuissoorten in Nederland zijn strikt beschermd. Ze vallen onder de Europese Habitatrichtlijn en zijn in Nederland beschermd via de Omgevingswet (voorheen de Wet natuurbescherming). Het is verboden om vleermuizen opzettelijk te verstoren, te vangen of te doden. Hun verblijfplaatsen mag je niet beschadigen, vernielen of ontoegankelijk maken. Ook een lege verblijfplaats is beschermd. De bescherming geldt het hele jaar, dus ook buiten het vliegseizoen en tijdens de winterslaap.
Vleermuizen zijn beschermd omdat ze kwetsbaar zijn. Ze krijgen maar één jong per jaar, zijn sterk afhankelijk van specifieke verblijfplaatsen en verliezen steeds meer leefgebied door menselijke activiteiten. Tegelijk zijn ze onmisbaar als insecteneters. De wettelijke bescherming moet ervoor zorgen dat populaties op peil blijven en hun leefgebieden kunnen blijven gebruiken.
Voor bouwprojecten betekent dit: waar vleermuizen aanwezig kunnen zijn, laat je vooraf ecologisch onderzoek doen. Blijkt daaruit dat er verblijfplaatsen zijn, dan heb je een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit nodig (de vroegere ontheffing) van de provincie. Daarin staan verplichte mitigerende en compenserende maatregelen. Werken zonder onderzoek of vergunning is een economisch delict.
Ecologisch onderzoek: wanneer is het verplicht?
Ecologisch onderzoek naar vleermuizen is verplicht zodra je werkzaamheden uitvoert aan een gebouw of groenstructuur waar vleermuizen kunnen verblijven. Denk aan sloop, renovatie, na-isolatie, dak- en gevelwerk, het kappen van oude bomen of nieuwbouw op een terrein met bestaande bebouwing of beplanting. Het bevoegd gezag (bij de omgevingsvergunning meestal de gemeente) eist het onderzoek, omdat je zonder onderzoek niet kunt aantonen dat je de verbodsbepalingen niet overtreedt.
Het onderzoek verloopt in drie stappen. Eerst een quickscan: een ecoloog beoordeelt na een locatiebezoek en bureaustudie of het gebouw of terrein geschikt is voor vleermuizen. Is dat uitgesloten, dan kun je door. Bij gebouwen met spouwmuren, dakpannen of gevelbetimmering is geschiktheid bijna nooit uit te sluiten.
Dan volgt nader onderzoek volgens het Vleermuisprotocol. Dat bestaat uit meerdere veldbezoeken met batdetectors, verspreid over de kraamperiode (mei tot en met juli) en de paar- en najaarsperiode (augustus en september), soms aangevuld met winteronderzoek. Het duurt daardoor minimaal een half jaar en is gebonden aan het seizoen.
Zijn er verblijfplaatsen gevonden, dan vraag je een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit aan bij de provincie. Daarbij hoort een mitigatieplan met tijdelijke en permanente vervangende verblijfplaatsen.
Plan het onderzoek dus vroeg. Wie in oktober een quickscan laat doen en in de winter wil starten, loopt tegen een onderzoeksseizoen aan dat pas in mei begint. Voor gebiedsgerichte projecten zijn een soortenmanagementplan (SMP) of een goedgekeurde gedragscode een alternatief voor onderzoek per pand. Steeds meer gemeenten werken hiermee.
Spouwmuurisolatie en de aanwezigheid van vleermuizen
Bij spouwmuurisolatie moet je vooraf vaststellen of er vleermuizen in de spouw zitten. Zonder dat onderzoek mag je de spouw niet vullen. Spouwmuren zijn de belangrijkste verblijfplaats van de gewone dwergvleermuis in Nederland, als zomer-, paar- en soms ook winterverblijf. Wie isolatiemateriaal inblaast, sluit dieren in of vernietigt hun verblijfplaats en dat is verboden. Sinds de uitspraak van de Raad van State in 2023 is duidelijk dat ook isolatiebedrijven en woningeigenaren die verantwoordelijkheid dragen.
Sinds 2025 ziet de route bij spouwmuurisolatie er zo uit. Je begint met eDNA-onderzoek. Deze methode is sinds 7 maart 2025 wettelijk erkend voor spouwmuurisolatie van grondgebonden woningen. Een monster uit de spouw laat binnen enkele weken zien of er vleermuizen aanwezig zijn en welke soort. Bij een negatieve uitslag mag je direct isoleren.
Is de uitslag positief, dan heb je een omgevingsvergunning nodig, of je sluit aan bij een gemeentelijk (pre-)soortenmanagementplan met werkprotocollen voor natuurvriendelijk isoleren. Provincies gaan hier nog verschillend mee om. Een landelijke gedragscode voor natuurvriendelijk isoleren is in voorbereiding.
Voordat de spouw wordt gevuld, maakt een ecoloog het gebouw ‘natuurvrij’ en worden vervangende verblijfplaatsen aangebracht, zoals inbouwstenen of gevelkasten in de directe omgeving. Die moeten vaak al enkele maanden voor de werkzaamheden hangen, zodat de dieren eraan kunnen wennen.
Voor bouwbedrijven en gemeenten met een isolatieopgave is dit de meest voorkomende oorzaak van vertraging. Neem het onderzoek en de compensatie daarom standaard op in de planning en het bestek.
Bouwstop door vleermuizen: hoe voorkom je vertraging?
Een bouwstop door vleermuizen voorkom je door het ecologisch onderzoek in de planfase te doen en de mitigerende maatregelen te regelen voordat het werk begint. Een bouwstop ontstaat als er tijdens sloop, renovatie of kap onverwacht vleermuizen of verblijfplaatsen opduiken, of als een toezichthouder of omwonende ziet dat er zonder vergunning wordt gewerkt. Het werk ligt dan stil totdat er een vergunning is. Omdat het onderzoek aan het seizoen is gebonden, kan dat maanden duren, soms meer dan een jaar. Daar kunnen een boete en herstelmaatregelen bij komen.
Zo verklein je het risico. Laat de quickscan doen in de haalbaarheidsfase en niet pas bij de vergunningaanvraag. Reserveer in de planning een volledig onderzoeksseizoen (mei tot en met september) als het gebouw geschikt is voor vleermuizen. Hang tijdelijke vervangende verblijfplaatsen op zodra het mitigatieplan is goedgekeurd, want de dieren hebben gewenningstijd nodig. Neem permanente voorzieningen zoals inbouwstenen op in het ontwerp en het bestek, zodat compensatie onderdeel is van het gebouw en geen losse post achteraf. En zorg voor ecologische begeleiding op de bouwplaats bij het natuurvrij maken en tijdens kritische werkzaamheden.
Vivara Pro levert tijdelijke en permanente vleermuisvoorzieningen die passen in een goedgekeurd mitigatieplan en adviseert over aantallen, typen en plaatsing in overleg met de ecoloog van het project.
De vleermuispopulatie versterken
Naast het voldoen aan de wet kun je als architect, gemeente of bouwbedrijf bijdragen aan het herstel van vleermuispopulaties. Habitatverlies is de grootste bedreiging. Moderne, luchtdicht gebouwde en goed geïsoleerde gebouwen hebben geen spleten, open spouwen of open dakranden meer. Met elke renovatie verdwijnen verblijfplaatsen die soms al tientallen jaren in gebruik waren. Nieuwe, doelgerichte verblijfplaatsen in en aan gebouwen compenseren dat verlies voor een deel en maken van een gebouw een schakel in het stedelijke leefgebied.
De investering is klein in verhouding tot de bouwsom. Een inbouwsteen kost een fractie van wat een vertraagd project kost en levert meetbare ecologische waarde op.

Vleermuiskasten en ingebouwde verblijfplaatsen
Vivara Pro levert vleermuisvoorzieningen in twee groepen. Voor tijdelijke mitigatie zijn er gevelkasten, boomkasten en kraamkasten die je aan een bestaande gevel of boom hangt voordat het werk begint, zodat vleermuizen een alternatief hebben tijdens de overbrugging. Voor permanente compensatie zijn er inbouwstenen en inbouwmodules die je meeneemt in de gevel of spouw bij nieuwbouw en renovatie, paalkasten voor locaties zonder geschikte gebouwen en gevelkasten voor opbouw op bestaande gebouwen.
Welke voorziening geschikt is, hangt af van de doelsoort en de functie. Een zomer- of kraamverblijf vraagt om een warme, zonbeschenen plek en compartimenten met smalle spleten van 15 tot 25 mm, waarin de dieren dicht op elkaar kunnen hangen. Een winterverblijf vraagt juist om veel thermische massa, een koele oriëntatie en een stabiel microklimaat. Dat bereik je bijvoorbeeld met dikwandige inbouwmodules in een noordgevel, of met meerdere kasten die samen een temperatuurverloop bieden. Kraamkasten zijn groter en bieden ruimte aan tientallen vrouwtjes met jongen.
De voorzieningen zijn ontwikkeld met ecologen en natuurorganisaties, waaronder de Zoogdiervereniging en afgestemd op de eisen uit de BIJ12-kennisdocumenten voor mitigatie en compensatie. Veel producten zijn gemaakt van FSC®-houtbeton (WoodStone®). Dat materiaal houdt de temperatuur in de voorziening stabiel en gaat tientallen jaren mee. Van elk product zijn productbladen en plaatsingsadviezen beschikbaar voor het bestek en de vergunningaanvraag.
Vleermuiskasten en ingebouwde verblijfplaatsen
Vleermuisvoorzieningen werken het best als onderdeel van een natuurinclusieve aanpak van het hele gebouw. Gemeenten en architecten kunnen inbouwstenen en modules opnemen in het ontwerp, het groene bestek of het biodiversiteitsplan, samen met voorzieningen voor gierzwaluwen, huismussen en insecten. Groene daken, gevelgroen en insectenrijke beplanting horen daar ook bij, want die leveren het voedsel.
Dat levert ook iets op voor het project zelf. Vleermuisvoorzieningen tellen mee in de BREEAM-NL-score (categorie Landgebruik en ecologie), passen in gemeentelijke puntensystemen voor natuurinclusief bouwen en in GPR Gebouw en laten zien dat je voldoet aan de zorgplicht en de soortenbescherming uit de Omgevingswet. Steeds meer gemeenten stellen natuurinclusieve maatregelen als voorwaarde bij gronduitgifte en tenders.
Bij het plaatsen gelden een paar vuistregels. Hang een voorziening minimaal 3 meter boven maaiveld, liefst 4 tot 6 meter, buiten bereik van katten en met een vrije aanvliegroute zonder takken of andere obstakels. Kies zuid tot zuidwest voor zomer- en kraamverblijven en noord tot oost voor winterverblijven en plaats meerdere voorzieningen in verschillende windrichtingen zodat de dieren kunnen kiezen. Houd de invliegopening onverlicht en plaats geen voorziening boven een armatuur of naast een verlichte entree. Vermijd plekken direct boven ramen, deuren of balkons vanwege de uitwerpselen en zoek juist de nabijheid van groen, water of bestaande vliegroutes. Compensatie gebeurt meestal in veelvouden van het aantal verloren verblijfplaatsen; de ecoloog bepaalt de verhouding aan de hand van het kennisdocument van de soort.
Veelgestelde vragen over vleermuizen
Veelgestelde vragen over vleermuizen
Zijn vleermuizen zoogdieren?
Ja. Vleermuizen zijn zoogdieren en de enige zoogdieren die echt kunnen vliegen. Ze baren levende jongen en zogen die.
Zijn vleermuizen blind?
Nee. Vleermuizen kunnen zien en nemen licht waar. In het donker navigeren en jagen ze met echolocatie, en daardoor lijkt het alsof ze blind zijn.
Zijn vleermuizen gevaarlijk voor mensen?
Nee, bij normaal contact niet. Een klein deel van de laatvliegers draagt het vleermuisrabiësvirus, dat alleen via een beet of krab overgaat. Pak vleermuizen daarom nooit met blote handen op.
Wat eten vleermuizen in Nederland?
Alle Nederlandse vleermuizen eten insecten, vooral muggen, nachtvlinders en kevers. Eén gewone dwergvleermuis vangt per nacht honderden insecten.
Komen vleermuizen op licht af?
Nee. Vleermuizen mijden kunstlicht. Bij lantaarnpalen zie je soms lichttolerante soorten jagen op de insecten die door het licht worden aangetrokken, maar de meeste soorten blijven weg van verlichte plekken.
Wanneer houden vleermuizen winterslaap?
Van ongeveer november tot en met maart, afhankelijk van de soort en het weer.
Wanneer is de kraamtijd van vleermuizen?
Van mei tot en met augustus. Vrouwtjes brengen dan samen hun jongen groot in kraamkolonies en zijn extra kwetsbaar voor verstoring.
Zijn vleermuizen beschermd?
Ja. Alle Nederlandse vleermuissoorten zijn strikt beschermd onder de Omgevingswet en de Europese Habitatrichtlijn. Dat geldt ook voor hun verblijfplaatsen, het hele jaar door.
Wat is het verschil tussen een zomer- en winterverblijf?
Een zomerverblijf is warm en droog, vaak in een zonbeschenen spouw of onder dakpannen, en dient om te rusten en jongen groot te brengen. Een winterverblijf is koel, vochtig en vorstvrij, met een stabiele temperatuur, zoals een bunker, kelder of dikke muur. Sommige gebouwen vervullen beide functies.
