Vleermuizen zijn nachtdieren en gebruiken echolocatie om insecten op te sporen. Door hoge geluiden uit te sturen en te luisteren naar de echo, vinden ze hun weg en hun prooi in het donker. Gedurende het jaar hebben ze verschillende schuilplaatsen nodig. In de zomer zoeken ze warme plekken voor hun jongen, zoals onder dakpannen, terwijl ze in de winter op koude, rustige plaatsen overwinteren, zoals kelders of grotten.
In Nederland komen 18 verschillende vleermuissoorten voor. De drie meest voorkomende soorten zijn:
- Gewone dwergvleermuis: Deze vleermuis komt veel voor in stedelijke gebieden en nestelt zich vaak in spouwmuren en onder dakpannen van huizen.
- Laatvlieger: Deze vleermuis leeft ook vaak in steden en dorpen en zoekt vaak beschutting in hoge gebouwen zoals kerktorens en flatgebouwen.
- Watervleermuis: De watervleermuis komt vooral voor bij meren, rivieren en sloten en jaagt laag boven het wateroppervlak op insecten.
Andere soorten zoals de ruige dwergvleermuis en gewone grootoorvleermuis komen ook relatief veel voor in bepaalde gebieden.