Is de grijze grootoorvleermuis een beschermde diersoort?
Ja. De grijze grootoorvleermuis is Europees beschermd en staat in bijlage IV van de Habitatrichtlijn. In Nederland regelt de Omgevingswet die bescherming, in artikel 11.46, lid 1 van het Besluit activiteiten leefomgeving. Verblijfplaatsen van de soort mogen niet worden verstoord, beschadigd of vernield.
De Staat van Instandhouding was in 2013 en in 2018 zeer ongunstig. Op de Rode Lijst Zoogdieren stond de soort in 1994 als bedreigd en in 2009 als kwetsbaar. Sinds 2020 geldt ze als thans niet bedreigd (Zodion). Dat lijkt tegenstrijdig, maar de twee beoordelingen kijken naar iets anders. De Rode Lijst gaat over het risico dat een soort uit Nederland verdwijnt. De Staat van Instandhouding weegt ook leefgebied en toekomstperspectief mee. De aantallen op zolders nemen sinds ongeveer 2007 wel toe.
Plan je een ruimtelijke ingreep in het verspreidingsgebied? Dan is ecologisch onderzoek verplicht. Raakt het project verblijfplaatsen, dan heb je een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit nodig. Die vraag je meestal aan bij de provincie. Het ecologisch onderzoek valt onder Advies & ontwerp, net als het faunainrichtingsplan waarin de maatregelen voor de soort komen te staan.

Kenmerken van de grijze grootoorvleermuis
De grijze grootoorvleermuis herken je aan vacht, kop en oren. Daarnaast vertellen leefgebied, voedsel, echolocatie en voortplanting veel over waar je de soort kunt verwachten.
Uiterlijke kenmerken en afmetingen
De vacht is grijs, met een vrij sterk contrast tussen de donkere rug en de lichtgrijze tot witte buik. Over de ogen loopt een bijna zwart masker. De snuit is donker, langgerekt en spits. Bij het oog zit een kleine wrat en de tragus is grotendeels donker. De oren zijn zeer lang en breed (Atlas van de Nederlandse zoogdieren).
De soort heeft de volgende afmetingen:
- Kop-romplengte 41 tot 58 mm
- Gewicht 7,2 tot 11,5 gram
- Spanwijdte 25 tot 30 cm
- Onderarmlengte 37,1 tot 43,6 mm
Verschil tussen de grijze en de gewone grootoorvleermuis
De grijze grootoorvleermuis heeft een grijze vacht, een donkere en spitse snuit, een donkere tragus en een kleine oogwrat. De gewone grootoorvleermuis is geelachtig tot roodachtig bruin, met een lichte, stompe snuit en een grote oogwrat. Zeker weten doe je het pas aan de hand van schedelmaten of de vorm van de penis. Op uiterlijk alleen determineren vraagt dus voorzichtigheid (Zodion).
Leefgebied van de grijze grootoorvleermuis
De grijze grootoorvleermuis leeft vooral in en rond dorpen. Ze is sterk gebonden aan menselijke bewoning en zoekt kleinschalig cultuurlandschap met graslanden op. De soort is honkvast. Meestal jaagt ze binnen 2 km van het verblijf en zelden verder dan 6 km. De grootste gemeten afstand is ongeveer 60 km (Atlas van de Nederlandse zoogdieren). Zomer- en winterverblijf liggen vaak maar enkele kilometers uit elkaar. Soms is het zelfs hetzelfde gebouw.
Verspreiding van de grijze grootoorvleermuis in Nederland
Nederland ligt aan de noordgrens van het verspreidingsgebied. De soort komt alleen in Europa voor, vooral in Midden- en Zuid-Europa. In Nederland is ze beperkt tot Limburg, het oosten van Noord-Brabant en Zeeuws-Vlaanderen.
Tussen 1989 en 2012 nam het aantal waarnemingen in Limburg en Noord-Brabant toe. Dat komt deels door betere inventarisatie. Uit de kleigebieden van Zeeuws-Vlaanderen is de soort verdwenen. In Noord- en Midden-Limburg zijn verblijven verlaten of verdwenen (Atlas van de Nederlandse zoogdieren).
De actuele verspreiding vind je in de NDFF Verspreidingsatlas.
Verblijfplaatsen van de grijze grootoorvleermuis
In de zomer zit de grijze grootoorvleermuis vooral op zolders van kerken, kloosters en boerderijen. Het gaat meestal om één tot enkele dieren of om groepen van een paar tientallen, ook bij kraamkolonies. De grootste bekende groep telde ongeveer 130 dieren, op een zolder in Midden-Limburg.
In de winter blijft de soort vaak in hetzelfde gebouw. Daarnaast overwintert ze in mergelgroeven, ijskelders en oude steenovens. Overwinterende dieren zijn vooral bekend uit de mergelgroeven van Zuid-Limburg en uit een ijskelder in Noord-Limburg (Atlas van de Nederlandse zoogdieren).
Voeding en jachtgedrag
Nachtvlinders vormen 70 tot 100% van het menu. Daarnaast eet de soort kevers en langpootmuggen (Zodion). Ze vliegt gemiddeld pas meer dan een half uur na zonsondergang uit en blijft bij regen binnen. Ze jaagt in open gebied en dicht bij vegetatie, op hooguit enkele meters hoogte.
De grijze grootoorvleermuis vangt prooien vaker in de vlucht dan de gewone grootoorvleermuis. Ook plukt ze insecten van bladeren en andere oppervlakken. Ze vindt haar prooi vooral door te luisteren naar de geluiden die insecten zelf maken. Tijdens de winterslaap eet ze soms insecten en spinnen in het verblijf (Atlas van de Nederlandse zoogdieren).
Geluid en echolocatie
De sonar van de grijze grootoorvleermuis is zeer zacht en past bij jagen tussen gebladerte. Met een batdetector hoor je hem moeilijk. Van de sonar van de gewone grootoorvleermuis is hij niet te onderscheiden (Atlas van de Nederlandse zoogdieren).
Bij goede opnames ligt de beginfrequentie meestal onder 48 kHz. Bij de gewone grootoorvleermuis ligt die meestal boven 48 kHz (Zodion). Een detectorwaarneming in het veld levert daarom vaak alleen grootoorvleermuis op. Voor zekerheid over de soort zijn goede opnames en analyse nodig, of onderzoek van dieren in de hand. Na een ingreep kun je het effect van de maatregelen laten volgen via Monitoring & effect.
Voortplanting, leeftijd en natuurlijke vijanden
De paring vindt in het najaar plaats in de zomerverblijven. Mannetjes zijn dan territoriaal. Vrouwtjes bewaren het sperma tot het voorjaar. De jongen worden in de tweede helft van juni geboren en kunnen na zes weken vliegen. Gemiddeld wordt een grijze grootoorvleermuis 4 tot 9 jaar oud. De hoogste waargenomen leeftijd is 25 jaar (Zodion).
Over natuurlijke vijanden van deze soort is weinig bekend. Huiskatten vangen soms dieren die uitvliegen. Voor zover bekend is dat hooguit plaatselijk een bedreiging (Atlas van de Nederlandse zoogdieren).
Wat betekent de soort voor bouw- en renovatieprojecten?
De grijze grootoorvleermuis verblijft vooral op zolders van gebouwen in dorpen. Renovatie, dakisolatie of sloop in Limburg, Oost-Brabant en Zeeuws-Vlaanderen kan dus verblijfplaatsen raken. Dat geldt ook voor kerken en kloosters die hun functie verliezen en een nieuwe bestemming krijgen.
Verdwijnt één gebouw, dan kan dat een lokale populatie hard raken. De soort is honkvast, jaagt meestal binnen 2 km van het verblijf en overwintert vaak in hetzelfde gebouw als in de zomer. Bovendien zijn niet alle verblijven bekend. Systematisch onderzoek van gebouwen is daarom belangrijk (Atlas van de Nederlandse zoogdieren). Omdat de dieren vaak het hele jaar aanwezig zijn, is er geen periode waarin werk aan zo’n zolder vanzelf veilig is.
Met ecologisch onderzoek en een faunainrichtingsplan zie je die risico’s op tijd. Je weet dan welke zolders moeten blijven, welke invliegopeningen open moeten blijven en welke mitigatie en compensatie nodig is. Bij grootschalige renovatie of isolatie in een gemeente kan een soortenmanagementplan de basis zijn. Meer over natuur in bouwprojecten lees je bij natuurinclusief bouwen, renovatie en Advies & ontwerp.

Welke voorzieningen zijn geschikt voor deze soort?
De belangrijkste maatregel is bestaande zolders behouden en bereikbaar houden. De grijze grootoorvleermuis is sterk afhankelijk van gebouwen en gebruikt in Nederland vooral zolders van kerken, kloosters en boerderijen (Atlas van de Nederlandse zoogdieren). Blijft een zolder na renovatie bereikbaar via een invliegopening en verandert het microklimaat weinig, dan blijft hij geschikt als verblijfplaats.
Gaat een deel van het gebouw verloren, of is het tijdens de werkzaamheden tijdelijk onbruikbaar? Dan kunnen extra voorzieningen helpen. Denk aan inbouwstenen voor vleermuizen in de gevel, gevelkasten voor vleermuizen of een andere voorziening uit de categorie vleermuisverblijven. Welke voorziening past, hangt af van het gebouw en de uitkomst van het ecologisch onderzoek. De ecoloog legt de keuze vast in het faunainrichtingsplan. Bij de plaatsing zorgt een uitvoerend team dat de voorzieningen op de juiste hoogte en plek komen.
Tips voor eigenaren van zolders en dorpsgebouwen
Ben je eigenaar of beheerder van een kerk, klooster, boerderij of ander dorpsgebouw in Limburg, Oost-Brabant of Zeeuws-Vlaanderen? Met deze maatregelen houd je een zolder geschikt voor de grijze grootoorvleermuis:
- Houd bestaande invliegopeningen open, ook na dakwerk of isolatie.
- Laat de uitvliegopeningen onverlicht. Verlichting op gebouwen geldt als nadelig, al is dat nog niet hard bewezen (Atlas van de Nederlandse zoogdieren).
- Plan dakwerk en isolatie samen met een ecoloog. De jongen worden in de tweede helft van juni geboren en kunnen pas na zes weken vliegen. Omdat de dieren vaak ook op de zolder overwinteren, is er geen periode die vanzelf veilig is.
- Gebruik geen schadelijke houtconserveringsmiddelen. Die kunnen vleermuizen doden. De dieren zijn vaak het hele jaar aanwezig, dus dat geldt ook in het winterhalfjaar.
- Laat vooraf onderzoek doen. Niet alle verblijven zijn bekend, dus ook op een zolder zonder zichtbare sporen kunnen dieren zitten.

Twijfel je of er grootoorvleermuizen op je zolder zitten, of plan je een renovatie? De ecologen en adviseurs van Vivara Pro denken met je mee via Advies & ontwerp.
Deze pagina hoort bij een reeks over de Nederlandse vleermuissoorten. Ook de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis, watervleermuis, meervleermuis, gewone grootoorvleermuis, baardvleermuis, Brandts vleermuis, Bechsteins vleermuis, bosvleermuis, ingekorven vleermuis, mopsvleermuis, tweekleurige vleermuis en vale vleermuis komen in de reeks aan bod.
OP ZOEK NAAR DESKUNDIG ADVIES?
Neem dan even contact met ons op. Onze ervaren adviseurs helpen je graag verder
